Verbetering behandeling membraneuze nefropathie na transplantatie

Gepubliceerd door Maria op

Amerikaanse onderzoekers komen tot de conclusie dat bij bijna de helft van de patiënten met membraneuze nefropathie de ziekte terugkeert in een getransplanteerde nier. Maar dat leidt niet altijd tot ernstige schade: behandeling is vaak mogelijk. 

De nierziekte membraneuze nefropathie kan terugkeren als een patiënt getransplanteerd is. Dan bestaat er het gevaar dat de nieuwe nier ook zijn functie verliest. Amerikaanse wetenschappers hebben onderzocht hoe vaak de aandoening terugkomt en wat het verloop daarbij is, zowel wat betreft de klachten als hoe het nierweefsel er onder de miscroscoop uitziet. Daarbij hebben ze ook het effect van een specifieke behandeling bepaald.

Aan het onderzoek hebben 63 patiënten meegedaan die zeker membraneuze nefropathie hadden, dat was op basis van een biopt vastgesteld. Alle patiënten waren getransplanteerd toen het onderzoek startte. De onderzoekers hebben hen enkele jaren gevolgd. Van de getransplanteerde nieuwe nieren namen ze een biopt als het transplantatieprotocol dat voorschreef, of als de bloedwaarden daar aanleiding toe gaven. Aan het specifieke beeld dat membraneuze nefropathie onder de microscoop geeft, konden de onderzoekers zien of de aandoening terugkwam, of dat er bijvoorbeeld sprake was van een vorm van afstoting.

Het blijkt dat de ziekte vaak terugkomt: in deze groep patiënten bij bijna de helft. Meestal gebeurde dat in het eerste jaar na transplantatie. Patiënten die voor de transplantatie veel eiwit verliezen met de urine, blijken de hoogste kans op terugkeer te hebben. Ook degenen met een specifiek soort antilichamen in hun bloed (tegen de fosfolipase A2-receptor) lopen een verhoogd risico op terugkeer.

De aandoening lijkt bij terugkeer in de transplantaatnier wel wat minder ernstig dan in de eigen nieren: bij dertien patiënten zagen de onderzoekers geen verergering van de klachten, en bij twee verdween het specifieke microscopische beeld in het nierweefsel zelfs. Bij zeventien anderen werden de klachten wel steeds erger, en zij werden daarvoor behandeld met antilichamen tegen CD20-lymfocyten, een bepaald soort witte bloedcellen. Bij vrijwel al deze patiënten had dat een beetje tot zelfs veel effect. Bij een deel van deze patiënten was na afloop van de behandeling ook weer in een biopt te zien, dat het beeld van het nierweefsel normaliseerde.

In dit onderzoek ging helaas ook een aantal getransplanteerde nieren verloren. En hoewel bijna de helft daarvan te maken had met de teruggekeerde membraneuze nefropathie, zien de onderzoekers na een statistische analyse toch geen verband tussen ziekteterugkeer en overleving van de nieuwe nier. De overlevingskansen van de transplantaatnieren verschilden niet van die van een grotere controlegroep getransplanteerde patiënten die oorspronkelijk cystenieren hadden.

Categorieën: Blogs en Columns

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *