Nierfunctie gaat langzamer achteruit bij aanleggen shunt

Gepubliceerd door Maria op

Nierpatiënten die binnen afzienbare termijn zullen moeten gaan hemodialyseren, krijgen een toegang tot de bloedbaan aangelegd. Zo’n toegang kan bestaan uit een shunt in één van beide armen of een katheter. Met het oog op complicaties en levensduur heeft een shunt de voorkeur boven een katheter. Uit recent Amerikaans onderzoek blijkt nu bovendien dat bij patiënten met katheters de resterende nierfunctie sneller achteruit gaat dan bij patiënten met een shunt.

Een gewoon bloedvat is niet berekend op hemodialyse; het is te klein voor de hoeveelheid bloed die tijdens een sessie gefilterd moet worden. Ook is het risico op ontstekingen als gevolg van het vele aanprikken groot. Daarom wordt voorafgaand aan hemodialyse een speciale vaattoegang gemaakt. Deze speciale toegang wordt gemaakt met een shunt. Als er op zeer korte termijn gestart moet worden, of omdat het de gewoonte is, krijgen patiënten een katheter. In de Verenigde Staten worden relatief veel katheters geplaatst.

Een shunt is een geheel inwendige verbinding tussen ader en slagader in de arm. Deze verbinding kan een arterioveneuze fistel zijn, of een arterioveneuze graft. Bij een fistel bestaat de verbinding geheel uit lichaamseigen materiaal, bij een graft is een kunstmatige verbinding gebruikt. Een fistel is te prefereren boven een graft, die beiden de voorkeur hebben boven een katheter, waarbij toegang tot een ader gemaakt wordt met een buisje dat gedeeltelijk uit het lichaam steekt.

Na het aanleggen moet een shunt eerst een aantal weken (ongeveer acht) aansterken voordat deze voor hemodialyse gebruikt kan worden. Als dit ‘rijpingsproces’ is geslaagd, dan zijn er met shunts minder complicaties dan met katheters, en bovendien gaan ze langer mee. Het liefst zouden artsen hier dus altijd shunts gebruiken, maar er gaat nog wel eens wat mis tijdens het verstevigingsproces, dus soms moet worden teruggegrepen op katheters.

Uit het Amerikaanse onderzoek blijkt dus nu ook dat de nierfunctie (gemeten naar eGFR, oftewel filtratievermogen van de nieren) van patiënten met een shunt minder snel achteruit gaat dan van patiënten met een katheter. Het onderzoek had betrekking op de laatste zes maanden voor de start van de dialyse. Hierdoor zou bij patiënten met een shunt zelfs later met hemodialyse kunnen worden aangevangen. Dat is beter voor de patiënt, want hemodialyse brengt ook risico’s met zich mee, die dan nog even kunnen worden uitgesteld. Een verklaring voor dit toch wel opmerkelijke resultaat kunnen de onderzoekers nog niet geven.

Categorieën: Blogs en Columns

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *