Meer zorgvuldigheid bij voorschrijven kaliumbinders?

Gepubliceerd door Maria op

Een kaliumbinder die werkt door calcium uit te ruilen tegen magnesium, geeft zoveel calcium af in het spijsverteringskanaal, dat dat effect heeft op andere processen. Niet per se negatief, bij nierpatiënten met een te hoog fosfaat werkt het bijvoorbeeld in een moeite door als fosfaatbinder. Maar het is wel een aandachtspunt bij het gebruik.

Een manier om te zorgen dat een te hoog gehalte aan kalium in het bloed van nierpatiënten daalt, is een kaliumbinder te gebruiken. Deze middelen zijn ‘ionenwisselaars’: ze ruilen de ene stof uit tegen de andere, in dit geval kalium. Vanouds bekend is natriumpolystyreensulfonaat, op de markt als Resonium en onder patiënten ook wel bekend als zand. Er zijn ook andere middelen, die geen natrium als wisselstof gebruiken, maar calcium. Een daarvan is Patiromer, waarover het Geneesmiddelenbeoordelingscomité CHMP al wel positief geadviseerd heeft, maar dat (nog) niet in Nederland in het vergoedingssysteem is opgenomen.

Dit medicijn wordt niet door het lichaam opgenomen en ruilt in het maagdarmkanaal calcium uit tegen kalium. De werkzaamheid voor het primaire doel, kalium in het bloed verlagen, is eerder al getest. Nu vroegen Amerikaanse onderzoekers zich af wat nou eigenlijk het effect is van dat extra calcium dat de patiënt op deze manier binnen krijgt. Heeft dat effect op de calcium-fosfaathuishouding en de botstofwisseling?

Om dit te achterhalen hebben ze gebruikgemaakt van gegevens uit een eerdere studie (de TOURMALINE studie) naar de werkzaamheid van het middel. Die hebben ze geanalyseerd op het effect op de hoeveelheid fosfaat en calcium in het bloed, vitamine D en magnesium en enkele hormonen die betrokken zijn bij de genoemde processen in het lichaam.

Op de hoeveelheid calcium in het bloed lijkt dit calciumbevattende medicijn geen effect te hebben. Wel zagen ze veranderingen in fosfaat, in de urine bij alle patiënten en ook in het bloed bij patiënten die een te hoog fosfaat hadden. De onderzoekers vermoeden dat dit komt doordat een deel van het vrijgekomen calcium in de darm werkt als een fosfaatbinder. Daarnaast zal ook een deel van dit calcium worden opgenomen, wat weer kan verklaren dat de concentraties van een bepaalde vorm van vitamine D en van intact bijschildklierhormoon daalden. En tot slot lijkt het erop dat een deel van het calcium niet wordt uitgewisseld tegen kalium uit de voeding, maar tegen magnesium. Zo selectief is het medicijn namelijk niet. Dit heeft weer tot gevolg dat de hoeveelheid magnesium in het bloed bij gebruikers wat daalt.

Categorieën: Blogs en Columns

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *