Grote verschillen in medicijnbeleid als getransplanteerde nier niet meer werkt

Gepubliceerd door Maria op

Er is geen eenduidig beleid over wanneer te stoppen met afweeronderdrukkende middelen wanneer een getransplanteerde nier niet meer werkt en de patiënt (opnieuw) moet gaan dialyseren. Uit de DOPPS studie blijkt zelfs dat er zeer grote verschillen zijn tussen westerse landen. Maar het is niet duidelijk of langer doorgaan met deze medicatie vooral voordelen, of vooral nadelen heeft.

Als een getransplanteerde nier het opgeeft en er is niet direct een andere beschikbaar, zullen de meeste patiënten gaan dialyseren. Dan is de vraag: wanneer te stoppen met de afweeronderdrukkende medicatie? Om te voorkomen dat de functie van de getransplanteerde nier achteruitgaat, is die niet meer nodig. Bovendien hebben al deze medicijnen bijwerkingen. Maar snel stoppen kan er weer voor zorgen dat de patiënt toch nog antilichamen aanmaakt tegen het donorweefsel, en de niet werkende nier verwijderd moet worden. Dat is een extra operatie, die je liever wilt vermijden.

De Dialysis Outcomes and Practice Patterns Study (DOPPS) is een onderzoek onder volwassen hemodialysepatiënten die al sinds 1996 loopt. Onder patiënten die aan deze studie deelnemen en die eerder getransplanteerd zijn geweest, hebben onderzoekers gekeken hoe lang ze nog afweeronderdrukkende medicijnen zijn blijven slikken. De onderzoekers hebben de gegevens van bijna 1700 patiënten bestudeerd, uit elf landen. Dit zijn een aantal West-Europese landen, Australië en Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten.

Het blijkt dat in de periode tot een jaar na het falen van de transplantaatnier, er een factor twee verschil is tussen het hoogste en het laagste percentage patiënten dat nog afweeronderdrukkende medicijnen gebruikt. In Zweden en Canada is dat op dat moment nog bijna 90%, in Italië slikt amper 40% van de patiënten na een jaar nog deze medicatie. In bijna alle landen gebruikt het grootste deel van deze patiënten prednison, maar in Duitsland is ciclosporine of tacrolimus populairder.

Onder dialysepatiënten bij wie het langer dan een jaar geleden is dat hun nier ermee ophield, is het gebruik van afweeronderdrukkende middelen gedaald, maar het relatieve verschil is veel groter. Ook hier zijn Italië en Zweden de extremen. Gebruikt in Italië ongeveer 10% van de patiënten nog prednison en een enkeling iets anders, in Zweden zijn er vijf keer zoveel patiënten die nog iets slikken. En de helft van hen gebruikt zelfs nog twee soorten medicijnen.

Er zijn dus duidelijke verschillen tussen hoe lang patiënten nog afweeronderdrukkende medicijnen krijgen als ze na een transplantatie weer gaan dialyseren. Maar wat er niet uit blijkt, is wat het effect is van deze verschillen. Daarom pleiten de onderzoekers ervoor, dit nader te bekijken. Hebben Zweedse patiënten opvallend vaak last van infecties doordat ze zo lang door slikken? Of vormen juist Italiaanse patiënten meer antistoffen doordat ze zo vroeg stoppen? Of misschien wel allebei, en wat is dan de therapie waarbij beide nadelen het minste optreden?

Categorieën: Blogs en Columns

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *