De maatschappelijk werker is er voor iedereen

Gepubliceerd door Maria op

In de eerste gesprekken die medisch maatschappelijk werker Laura Haasdijk met patiënten voert vragen mensen zich af waarom ze naar de maatschappelijk werker moeten. Het voelt alsof er iets met ze aan de hand is. Terwijl het maatschappelijk werk tot het standaard aanbod hoort bij een nierziekte, net zoals de diëtiste, verpleegkundige en de dokter. Onlangs hebben de maatschappelijk werkers die werkzaam zijn in de nefrologie hun visie op wat zij doen en hoe ze willen werken vastgelegd in de zogeheten kwaliteitsstandaarden. Deze zijn voor iedereen gratis te downloaden.

‘Het kost altijd eventjes, misschien wel een paar gesprekjes, voordat mensen gaan ervaren wat maatschappelijk werk kan betekenen. Je hebt heel vaak een klein stukje weerstand te overwinnen,’ vertelt Haasdijk. Zij werkt in het HagaZiekenhuis in Den Haag en is voorzitter van de Vereniging Maatschappelijk Werk Nefrologie. Haar werk is eigenlijk tweeledig, zo legt ze dat aan patiënten uit. Een nierziekte heeft heel veel invloed op je gewone leven. Een maatschappelijk werker kan je op weg helpen met praktische dingen, en ook psychosociale ondersteuning bieden.

Hulp bij voorzieningen

Om een voorbeeld te noemen, één van die praktische zaken is het regelen van aanpassingen thuis. De maatschappelijk werker kan helpen uitzoeken hoe dat via de verzekering geregeld moet worden. Bij alles staat voorop: dat wat mensen zelf kunnen, moeten ze zelf doen. Dat is niet omdat we het niet willen doen. Maar wij zijn faciliterend en ons standpunt is dat eigen regie gewoon heel belangrijk is. We kijken daarbij met een brede blik. Als ik iemand tref die slecht ter been is, ga ik natuurlijk wel vragen of die gebruik maakt van het taxibusje of een scootmobiel heeft. Als dat niet zo is, kijk ik of het nodig is dat ik ergens ondersteun’.

‘Dus één gedeelte is het hele praktische werk. Maar het andere gedeelte is de psychosociale ondersteuning en dat is minstens zo belangrijk. Zeker als mensen nog in de nierfalenfase zitten, dus voorafgaand aan de dialysebehandeling. Juist dan komt er zoveel op mensen af en verandert er zoveel. Wij kijken niet alleen naar de patiënt, maar ook naar zijn naasten. In hoeverre is de mantelzorger belast en wat zou er aan ondersteuning mogelijk zijn. Mijn ervaring is dat mensen in eerste instantie bij psychosociale ondersteuning denken: dat lossen we zelf wel op. Maar heel vaak later vertellen dat ze het heel fijn hebben gevonden en dat ze zich gesteund hebben gevoeld’.

Thuis zijn mensen meer zichzelf

Wanneer de nierfunctie daalt dan wordt een patiënt doorverwezen naar de nierfalenpoli. Daar is het de bedoeling dat hij of zij ook kennis maakt met maatschappelijk werk. Bij voorkeur bezoekt de maatschappelijk werker de patiënt in het begin van het traject thuis. ‘Aan de ene kant om meteen te zien of het huis geschikt is, of geschikt te maken is, voor thuisdialyse. Want het is toch wel het uitgangspunt dat het goed is dat mensen thuis gaan dialyseren. Aan de andere kant is het goed om mensen in hun eigen omgeving en hun normale doen te zien. In plaats van in het ziekenhuis. Als iemand bij ons de drempel van het ziekenhuis overkomt, dan stijgt de bloeddruk al. Wanneer je te gast bij iemand bent krijg je heel andere gesprekken dan wanneer iemand te gast bij jou is. Dus een huisbezoek is eigenlijk wel een heel belangrijk begin van de relatie. Ik moet wel zeggen dat in de praktijk daar echt wel wat vanaf wordt geknibbeld in sommige centra. Het kost natuurlijk veel tijd. Soms wordt het bijvoorbeeld alleen gedaan als iemand echt thuis wil gaan dialyseren’.

Bemiddelen

In de kwaliteitsstandaarden is te lezen dat maatschappelijk werk op kan treden als bemiddelaar tussen de behandelaar en de patiënt wanneer de patiënt niet alle informatie krijgt die hij verlangt. Het komt voor dat mensen niet alles durven vragen bij de arts. ‘Zeker de oudere doelgroep is toch vaak niet zo mondig bij de dokter. Als ze bij de arts zitten en de arts zegt: “je nierfunctie is achteruit gegaan”, horen ze eigenlijk niet meer wat er wordt besproken. Daarna komen ze bij ons. Dan komen eerst vaak de emoties en dan blijkt ook dat ze toch sommige dingen niet hebben begrepen of niet hebben gevraagd. Wij proberen mensen toe te rusten om de volgende keer die vragen wél te stellen. Of als er dringende vragen zijn, dan proberen tussendoor nog iets te regelen. Soms zeggen we even tegen de arts: “joh die mevrouw vindt dit of dat een beetje lastig, zou je daar de volgende keer wat aandacht aan willen geven?” Zo werkt het toch een beetje als smeerolie.’

Het komt ook wel voor dat er sprake is van tegengestelde belangen bij patiënt en ziekenhuisorganisatie. Dan kan de maatschappelijk werker de gewoontes en procedures van het ziekenhuis vertalen voor de patiënt. Andersom bespreekt de maatschappelijk werker de wensen van de patiënt met het medisch team. ‘Soms hebben mensen een zekere argwaan richting de dokter. Of ze zeggen: “ja, dat is alleen maar voor het geld en waarom moet dat?” Dan probeer ik ook een beetje als smeerolie te fungeren om zowel de patiënt tot zijn recht te laten komen, maar ook de organisatie. Het komt ook wel voor dat er in een patiëntenbespreking iets gezegd wordt waar die patiënt het helemaal niet mee eens is. Dan probeer ik ook de kant van de patiënt te vertegenwoordigen binnen zo’n bespreking. Soms wordt er een beetje kort door de bocht gegaan. En dan proberen we eigenlijk wel altijd de nuance aan te brengen. Dat geldt ook andersom, richting patiënt. Als een patiënt bijvoorbeeld een klacht heeft over de verpleegkundige of over de arts dan proberen we altijd bij de patiënt te achterhalen wat er nou precies dwars zit. Ook om te kijken of de patiënt in staat is de kwestie van een andere kant te bekijken. Door ook de andere kant te benoemen. Zoals het voor de arts of voor de verpleegkundige zou kunnen zijn.’

Kwaliteitsstandaarden

De kwaliteitsstandaarden zijn openbaar en inzichtelijk voor iedereen. Haasdijk denkt niet dat patiënten dit achtentwintig pagina’s tellende document gaan doorworstelen. Zij geeft mensen de korte eenvoudige brochure van het ziekenhuis mee waarin staat wat mensen kunnen verwachten van maatschappelijk werk. ‘Ik zou vooral willen dat ze weten dat maatschappelijk werk gewoon echt standaard bij het behandelteam hoort en dat mensen ook echt durven aankloppen bij maatschappelijk werkers. Natuurlijk is het zo dat als je echt een relatie met iemand hebt, dan gaat dat makkelijker. In mijn eigen praktijk hebben wij gelukkig de gelegenheid om op huisbezoek te gaan en tijdens de polibezoeken zien we patiënten vaak. Dan hou je echt vinger aan de pols waardoor ook de hulpvraag veel makkelijker boven komt. Jammer genoeg is dat niet in elk centrum zo. Maar mensen moeten wel weten dat maatschappelijk werk er is en dat ze daar altijd een beroep op mogen doen. Daarnaast hoop ik ook dat het voor professionals, de artsen of andere zorgprofessionals, als ze dit zouden lezen, duidelijker wordt wat maatschappelijk werk echt kan betekenen binnen de dialyse-afdeling.’

De kwaliteitsstandaarden zijn voor iedereen die daarin geïnteresseerd is gratis te downloaden van de website van de vereniging

Categorieën: Blogs en Columns

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *